Citaat | Hoge Raad 19 februari 2016

Onder 3.4.3 Hoge Raad 19 februari 2016

Een alinea uit Hoge Raad 19 februari 2016, ECLI:NL:HR:2016:293.

De vraag of tussen de vader en het kind een familierechtelijke betrekking bestaat, dient mede te worden beantwoord aan de hand van de regels van het Nederlandse internationaal privaatrecht (vgl. Kamerstukken II 1981, 16 947, nr. 3, p. 7). Van die regels maakt deel uit dat onder bepaalde voorwaarden in het buitenland ontstane of vastgestelde familierechtelijke betrekkingen hier te lande worden erkend, behoudens bijzondere omstandigheden, zoals strijd met de openbare orde (HR 31 januari 1992, ECLI:NL:HR:1992:ZC0493, NJ 1993/261, rov. 3.2.3; zie ook HR 18 april 1986, ECLI:NL:HR:1986:AC9311, NJ 1987/926).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2cd656b631ea635ccdb993c37c87cfd9d962b84d2f0bbf635b2dbc7096e7ac79. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2cd656b631ea635ccdb993c37c87cfd9d962b84d2f0bbf635b2dbc7096e7ac79, en de alinea staat in dat document op bytes 14657 tot 15279.