Citaat | Hoge Raad 19 februari 2016
Onder 3.4.5 Hoge Raad 19 februari 2016
Een alinea uit Hoge Raad 19 februari 2016, ECLI:NL:HR:2016:293.
Zoals het onderdeel aanvoert, heeft de rechtbank evenwel ten onrechte geoordeeld dat die betrekking slechts kan worden erkend als zij is neergelegd in een door een bevoegde ambtenaar opgemaakte akte, wat in dit geval niet bij de geboorte of tijdens de minderjarigheid van [verzoeker] is gebeurd. Kennelijk berust dit oordeel op een toepassing van art. 10:101 lid 1 BW, dat erkenning voorschrijft van buitenslands tot stand gekomen rechtsfeiten of rechtshandelingen waarbij familierechtelijke betrekkingen zijn vastgesteld of gewijzigd, welke zijn neergelegd in een door een bevoegde instantie overeenkomstig de plaatselijke voorschriften opgemaakte akte. Ook buiten het geval dat het rechtsfeit of de rechtshandeling is neergelegd in een door een bevoegde ambtenaar opgemaakte akte, kan echter grond bestaan voor erkenning daarvan (vgl. Kamerstukken II 2009-2010, 32 137, nr. 3, p. 60).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2cd656b631ea635ccdb993c37c87cfd9d962b84d2f0bbf635b2dbc7096e7ac79. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2cd656b631ea635ccdb993c37c87cfd9d962b84d2f0bbf635b2dbc7096e7ac79, en de alinea staat in dat document op bytes 16786 tot 17686.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/2cd656b631ea635ccdb993c37c87cfd9d962b84d2f0bbf635b2dbc7096e7ac79 | shasum -a 256