Citaat | Hoge Raad 23 december 2016

Onder 3.5.5 Hoge Raad 23 december 2016

Een alinea uit Hoge Raad 23 december 2016, ECLI:NL:HR:2016:2987.

De onderdelen II.5-7 voeren bovendien terecht aan dat het hof – ook uitgaande van zijn hiervoor in 3.5.4 onjuist bevonden opvatting – in rov. 13 niet in het midden had mogen laten of er een rechtens relevante kans bestond dat een redelijk bekwaam en redelijk handelend arts bij tijdige controle voor de – in de woorden van het hof – optimale behandeling zou hebben gekozen. Het verlies van een dergelijke kans zou voor [eisers] immers schade kunnen opleveren die voor vergoeding in aanmerking komt (HR 21 december 2012, ECLI:NL:HR:2012:BX7491, NJ 2013/237 (Deloitte/ [...] )). Onderdeel II.5 klaagt in dit verband terecht dat de enkele bevinding van de deskundige Van Oosterhout dat de kans dat eerdere behandeling van [eiseres 1] tot een beter resultaat zou hebben geleid, niet groot was, niet het oordeel van het hof kan dragen dat deze kans rechtens niet relevant was.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/92e0099ac41e02a2bc7928db06853ccf4909b87d8cab928aa100f21692cf08d8. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 92e0099ac41e02a2bc7928db06853ccf4909b87d8cab928aa100f21692cf08d8, en de alinea staat in dat document op bytes 21110 tot 22016.