Citaat | Hoge Raad 23 december 2016

Onder 3.1 Hoge Raad 23 december 2016

Een alinea uit Hoge Raad 23 december 2016, ECLI:NL:HR:2016:2988.

-Betrokkene had in het geheel niet de indruk, toen de bovenbeensbreuk eenmaal was genezen, dat hij in de toekomst een ernstig probleem zou gaan krijgen met zijn knie(ën) in werk en vrijetijdsactiviteiten. Er zijn hem ook geen adviezen gegeven het [met] de knie(ën) rustig aan te doen. Dit maakt het waarschijnlijk dat in het rapport niet de ernst van de posttraumatische toestand was vastgesteld, die later tot artrose aanleiding heeft gegeven. Dat is ook niet vreemd: er zijn posttraumatische afwijkingen die berucht zijn omdat zij vaak in de eerste jaren niet worden of werden ontdekt. Dit lijkt in deze casus niet onwaarschijnlijk, omdat deze speelt in de begin 80-er jaren, toen MRI nog nauwelijks beschikbaar was en CT in veel beperkter mate werd gehanteerd dan thans. Beruchte afwijkingen die vaak pas veel later worden ontdekt: instuikingsfracturen van subchondraal bot die incompatibiliteit veroorzaken van gewrichtsoppervlakken die met elkaar moeten articuleren. Het verhaal van betrokkene is daar suspect voor: bij een bepaalde buigstand had hij het gevoel dat de knie niet verder wilde buigen of strekken, en bij bepaalde rotatiebewegingen van het bovenbeen ten opzichte van onderbeen had hij anamnestisch steeds pijn.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b242cf40be4a4bcacb0de080d43d6116dab7ce8d98c54ae1be2f4bef897c0bcb. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b242cf40be4a4bcacb0de080d43d6116dab7ce8d98c54ae1be2f4bef897c0bcb, en de alinea staat in dat document op bytes 16152 tot 17396.