Citaat | Hoge Raad 23 december 2016

Onder 3.2.1 Hoge Raad 23 december 2016

Een alinea uit Hoge Raad 23 december 2016, ECLI:NL:HR:2016:2988.

NBM vordert in dit geding in conventie primair een verklaring voor recht dat de vordering van [verweerder] op NBM met betrekking tot schade bedoeld in het hiervoor in 3.1 onder (ii) genoemde voorbehoud in de vaststellings-overeenkomst, is verjaard en daarom dient te worden afgewezen. Subsidiair vordert NBM een verklaring voor recht dat de vordering van [verweerder] tot betaling van aanvullende schadevergoeding dient te worden afgewezen, omdat [verweerder] niet is geslaagd en niet kan slagen in het op grond van art. 150 Rv door hem te leveren bewijs voor deze vordering, nu niet kan worden vastgesteld of er sprake is van een situatie zoals geformuleerd in het voorbehoud.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b242cf40be4a4bcacb0de080d43d6116dab7ce8d98c54ae1be2f4bef897c0bcb. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b242cf40be4a4bcacb0de080d43d6116dab7ce8d98c54ae1be2f4bef897c0bcb, en de alinea staat in dat document op bytes 19316 tot 20006.