Citaat | Hoge Raad 23 december 2016

Onder 3.4.3 Hoge Raad 23 december 2016

Een alinea uit Hoge Raad 23 december 2016, ECLI:NL:HR:2016:2988.

Onderdeel 1c komt op tegen het oordeel van het hof dat de verjaringstermijn van art. 3:307 lid 2 BW van twintig jaar pas is gaan lopen vanaf de dag in 2007 dat [verweerder] bekend werd met de schade. Volgens het onderdeel heeft het hof miskend dat de vraag wanneer opeising op zijn vroegst mogelijk is in de zin van art. 3:307 lid 2 BW, objectief dient te worden beantwoord. Niet terzake doet of de schuldeiser subjectief bekend is met (de opeisbaarheid van) de vordering, aldus het onderdeel.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b242cf40be4a4bcacb0de080d43d6116dab7ce8d98c54ae1be2f4bef897c0bcb. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b242cf40be4a4bcacb0de080d43d6116dab7ce8d98c54ae1be2f4bef897c0bcb, en de alinea staat in dat document op bytes 26334 tot 26841.