Citaat | Hoge Raad 23 december 2016

Onder 3.4.2 Hoge Raad 23 december 2016

Een alinea uit Hoge Raad 23 december 2016, ECLI:NL:HR:2016:2997.

Als uitgangspunt geldt, mede gelet op de hiervoor in 3.3.2 genoemde ruime bevoegdheid van de rechter-commissaris en het hiervoor in 3.3.3 genoemde doel van het verhoor op de voet van art. 66 Fw of art. 105 Fw, dat een rechter-commissaris niet behoeft te motiveren waarom hij overgaat tot een zodanig verhoor. Evenmin behoeft hij vooraf kenbaar te maken welke onderwerpen hij wil bespreken en welke vragen hij overweegt te stellen. Voorts geldt dat het een rechter-commissaris vrijstaat een zodanig verhoor te gelasten ook als in een eerder stadium daarvan was afgezien.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d9bb7e4ed4d7ccdfd3203afab829d53fbea80979ddfafd5bfbd224a843964956. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d9bb7e4ed4d7ccdfd3203afab829d53fbea80979ddfafd5bfbd224a843964956, en de alinea staat in dat document op bytes 19481 tot 20064.