Citaat | Hoge Raad 23 december 2016

Onder 3.7.1 Hoge Raad 23 december 2016

Een alinea uit Hoge Raad 23 december 2016, ECLI:NL:HR:2016:2998.

Naar het thans geldende recht dient in geval van een op staande voet gegeven ontslag, een verzoek tot vernietiging daarvan binnen twee maanden nadien tot de kantonrechter te worden gericht (art. 7:686a lid 4 BW in verbinding met art. 7:681 lid 1 BW). Blijkens de wettekst gaat het hier om een vervaltermijn. De mogelijkheid van de werknemer om tegen het ontslag op staande voet op te komen, wordt door deze regeling aanzienlijk in de tijd beperkt ten opzichte van het tot 1 juli 2015 geldende recht. Verstrijkt deze termijn ongebruikt, dan heeft de werkgever dus spoedig zekerheid verkregen over de beëindiging van de dienstbetrekking.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4472077a3e3978ba13c85da85d5d9aa9a5e1ccd250c359472af7cff2fe4b335d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4472077a3e3978ba13c85da85d5d9aa9a5e1ccd250c359472af7cff2fe4b335d, en de alinea staat in dat document op bytes 26801 tot 27450.