Citaat | Hoge Raad 23 december 2016
Onder 3.7.2 Hoge Raad 23 december 2016
Een alinea uit Hoge Raad 23 december 2016, ECLI:NL:HR:2016:2998.
Mede gelet op hetgeen hiervoor in 3.6.1-3.6.2 is overwogen, brengen de beginselen van een goede procesorde in een zodanig geval mee dat de kantonrechter met inachtneming van het voorschrift van art. 7:686a lid 5 BW over de aanvang van de behandeling, de behandeling van het verzoek aanhoudt totdat de hiervoor bedoelde vervaltermijn van twee maanden is verstreken. De gevolgen van de beslissing op beide verzoeken zijn immers nauw verstrengeld. Zou de kantonrechter de behandeling niet aanhouden, dan zou de werknemer in feite kunnen worden gedwongen sneller te procederen dan waartoe hij al wordt gedwongen door de korte vervaltermijn die de wetgever hem ten dienste heeft gesteld om in rechte op te komen tegen het hem gegeven ontslag. Hieraan doet niet af dat de verzoeken tot (voorwaardelijke) ontbinding van de arbeidsovereenkomst en tot vernietiging van het op staande voet gegeven ontslag, van elkaar te onderscheiden rechtsfiguren zijn (zie hiervoor in 3.4.4). Richt de werknemer binnen de hiervoor vermelde termijn van twee maanden een verzoek tot de kantonrechter strekkende tot vernietiging van het ontslag op staande voet, dan is het wenselijk dat de kantonrechter zoveel mogelijk beide zaken gelijktijdig behandelt en daarover beslist.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4472077a3e3978ba13c85da85d5d9aa9a5e1ccd250c359472af7cff2fe4b335d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4472077a3e3978ba13c85da85d5d9aa9a5e1ccd250c359472af7cff2fe4b335d, en de alinea staat in dat document op bytes 27942 tot 29204.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/4472077a3e3978ba13c85da85d5d9aa9a5e1ccd250c359472af7cff2fe4b335d | shasum -a 256