Citaat | Hoge Raad 23 december 2016
Onder 3.7.3 Hoge Raad 23 december 2016
Een alinea uit Hoge Raad 23 december 2016, ECLI:NL:HR:2016:2998.
Indien de werknemer niet binnen twee maanden na het ontslag op staande voet een verzoek tot de kantonrechter richt strekkende tot vernietiging van het ontslag of zijn daartoe strekkende verzoek wordt afgewezen, kan in de regel behandeling van het verzoek van de werkgever tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst uitblijven omdat dit is gedaan onder een voorwaarde die in dat geval (in die instantie) niet in vervulling is gegaan. Is een dergelijke voorwaarde niet aan het verzoek van de werkgever verbonden, en wordt het verzoek niet ingetrokken, dan kan de kantonrechter het verzoek afwijzen op de grond dat de werkgever daarbij geen belang heeft (art. 3:303 BW).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4472077a3e3978ba13c85da85d5d9aa9a5e1ccd250c359472af7cff2fe4b335d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4472077a3e3978ba13c85da85d5d9aa9a5e1ccd250c359472af7cff2fe4b335d, en de alinea staat in dat document op bytes 29317 tot 29996.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/4472077a3e3978ba13c85da85d5d9aa9a5e1ccd250c359472af7cff2fe4b335d | shasum -a 256