Citaat | Hoge Raad 23 december 2016
Onder 3.9.2 Hoge Raad 23 december 2016
Een alinea uit Hoge Raad 23 december 2016, ECLI:NL:HR:2016:2998.
In het onderhavige geval is geen sprake van splitsing van een zaak. Een redelijke wetsuitleg brengt echter mee dat de maatstaf van een onevenredige vertraging ook wordt gehanteerd in het geval de rechter de ontbindingsprocedure aanstonds kan afdoen, maar hij bij de beoordeling van het op staande voet gegeven ontslag een tussenuitspraak doet, bijvoorbeeld ter inleiding van bewijslevering. Opmerking verdient in dit verband dat de hiervoor in 3.6.1-3.6.2 vermelde uitgangspunten meebrengen dat de enkele omstandigheid dat in de ontslagprocedure een tussenuitspraak wordt gedaan, nog niet meebrengt dat een daarmee samenhangende aanhouding van de ontbindingsprocedure als een onevenredige vertraging van de ontbindingsprocedure dient te worden aangemerkt. De feitenrechter dient de wenselijkheid van een spoedige beslissing in de ontbindingsprocedure in het concrete geval af te wegen tegen de wenselijkheid van een samenhangende behandeling en beslissing van het gehele tussen partijen bestaande geschil (dus ook van de ontslagprocedure).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4472077a3e3978ba13c85da85d5d9aa9a5e1ccd250c359472af7cff2fe4b335d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4472077a3e3978ba13c85da85d5d9aa9a5e1ccd250c359472af7cff2fe4b335d, en de alinea staat in dat document op bytes 32035 tot 33088.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/4472077a3e3978ba13c85da85d5d9aa9a5e1ccd250c359472af7cff2fe4b335d | shasum -a 256