Citaat | Hoge Raad 23 februari 2016

Onder 2.3. Hoge Raad 23 februari 2016

Een alinea uit Hoge Raad 23 februari 2016, ECLI:NL:HR:2016:304.

Indien op grond van het daartoe ingestelde onderzoek als vaststaand kan worden aangenomen dat de verdachte niet is ingeschreven in een BRP en niet in Nederland is gedetineerd, is de betekening in elk geval geldig indien de dagvaarding is aangeboden aan de feitelijke woon- of verblijfplaats van de verdachte en - omdat hij aldaar niet werd aangetroffen - is uitgereikt aan iemand die zich op dat adres bevond en zich bereid verklaarde de dagvaarding onverwijld aan de verdachte te doen toekomen (art. 588, derde lid sub a, Sv) (vgl. HR 12 maart 2002, ECLI:NL:HR:2002:AD5163, NJ 2002/317, rov 3.17).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bf12b446f4481ccd4fd6a5bb485afc4145ef82e42fcd14cb67a803b3076299e6. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bf12b446f4481ccd4fd6a5bb485afc4145ef82e42fcd14cb67a803b3076299e6, en de alinea staat in dat document op bytes 9052 tot 9663.