Citaat | Hoge Raad 26 februari 2016

Onder 3.8 Hoge Raad 26 februari 2016

Een alinea uit Hoge Raad 26 februari 2016, ECLI:NL:HR:2016:335.

Het systeem van de wet wijst eveneens in de richting dat art. 7:942 lid 2 (oud) BW, en meer in het bijzonder de tweede zin daarvan, ook gevallen als hier bedoeld bestrijkt. In art. 7:942 (oud) BW worden immers bijzondere, van de algemene verjaringsregels afwijkende, bepalingen gegeven wat betreft de verjaringstermijn, het tijdstip waarop de verjaring begint te lopen, de wijze waarop een lopende verjaring dient te worden gestuit, en de gevolgen van een stuiting. Mede gelet op de algemeen luidende formulering van art. 7:942 (oud) BW, de wetsgeschiedenis en de strekking van deze bepaling (zie hiervoor in 3.6 en 3.7) ligt het niet voor de hand dat de wetgever heeft bedoeld dat de vermelde bijzondere bepalingen uitsluitend gelden in het geval van een eerste aanspraak op uitkering, maar niet in het geval van een tweede en daaropvolgende aanspraak.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d8946c588035fdbf265624b9e5835bbdbc0edb60aa0072d331b54cd61b2ae20d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d8946c588035fdbf265624b9e5835bbdbc0edb60aa0072d331b54cd61b2ae20d, en de alinea staat in dat document op bytes 18983 tot 19849.