Citaat | Hoge Raad 26 februari 2016
Onder 3.9.1 Hoge Raad 26 februari 2016
Een alinea uit Hoge Raad 26 februari 2016, ECLI:NL:HR:2016:335.
“De oorspronkelijke redactie van het derde lid bepaalt dat in geval van afwijzing de rechtsvordering verjaart door verloop van zes maanden, tenzij binnen die termijn overeenkomstig artikel 316 van Boek 3 is gestuit. Dit wijkt af van de verjaringsregeling van Boek 3, omdat dit betekent dat binnen die termijn een daad van rechtsvervolging moet zijn gesteld, zoals een dagvaarding, en dat een aanmaning op de voet van artikel 317 van Boek 3 niet volstaat. Welbeschouwd nadert deze verjaringstermijn daarmee zeer dicht aan een vervaltermijn, terwijl volgens de memorie van toelichting (p. 21) deze regeling deels dwingend is gemaakt omdat de positie van de tot uitkering gerechtigde bij een verjaringstermijn gunstiger is dan bij een vervaltermijn. Het verdient daarom aanbeveling aansluiting te zoeken bij de algemene verjaringsregeling, zodat de rechtsvordering ook kan worden gestuit door een schriftelijke aanmaning. Vergelijk ook artikel 10, vijfde lid, Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen. (...)”
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d8946c588035fdbf265624b9e5835bbdbc0edb60aa0072d331b54cd61b2ae20d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d8946c588035fdbf265624b9e5835bbdbc0edb60aa0072d331b54cd61b2ae20d, en de alinea staat in dat document op bytes 20687 tot 21717.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/d8946c588035fdbf265624b9e5835bbdbc0edb60aa0072d331b54cd61b2ae20d | shasum -a 256