Citaat | Hoge Raad 26 februari 2016
Onder 3.9.1 Hoge Raad 26 februari 2016
Een alinea uit Hoge Raad 26 februari 2016, ECLI:NL:HR:2016:335.
Uit dit citaat volgt dat met de schrapping van de hiervoor aangehaalde woorden is beoogd om in geval van afwijzing, naast de stuiting op de wijze als voorzien in art. 3:316 BW, mede stuiting op de wijze als voorzien in art. 3:317 BW mogelijk te maken, opdat het karakter van vervaltermijn aan het derde lid zou worden ontnomen. Uit het citaat zou kunnen worden afgeleid dat in het derde lid de hiervoor genoemde woorden zijn geschrapt opdat na de afwijzing overeenkomstig art. 7:942 lid 2 (oud) BW niet langer uitsluitend art. 3:316 BW van toepassing is, maar ook de andere bepalingen van de algemene verjaringsregeling (van titel 3.11 BW). Deze opvatting vindt ook steun in uitlatingen van de zijde van de minister van Justitie bij gelegenheid van latere wijzigingen van art. 7:942 (oud) BW (vgl. MvT, Kamerstukken II 2007-2008, 31 518, nr. 3, p. 23-24, en MvT, Kamerstukken II 2008-2009, 32 038, nr. 3, p. 7) en wordt in meerderheid aangehangen of verdedigd in de feitenrechtspraak en in de literatuur (zie de conclusie van de Advocaat-Generaal onder 3.8 en 3.9).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d8946c588035fdbf265624b9e5835bbdbc0edb60aa0072d331b54cd61b2ae20d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d8946c588035fdbf265624b9e5835bbdbc0edb60aa0072d331b54cd61b2ae20d, en de alinea staat in dat document op bytes 21790 tot 22869.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/d8946c588035fdbf265624b9e5835bbdbc0edb60aa0072d331b54cd61b2ae20d | shasum -a 256