Citaat | Hoge Raad 26 februari 2016
Onder 3.2.4 Hoge Raad 26 februari 2016
Een alinea uit Hoge Raad 26 februari 2016, ECLI:NL:HR:2016:336.
Het hof stelt voorop dat van [verweerder 2] alleen dan te vergen was dat hij nadere vragen aan [eiseres] zou stellen over de redenen van opzegging door RVS indien voor [verweerder 2] reden bestond om [eiseres] te waarschuwen voor de gevolgen van een onvolledige of onjuiste beantwoording van de vragenlijst van Aegon. Om tot die conclusie te kunnen komen is in ieder geval vereist dat [verweerder 2] de redenen van RVS voor de opzegging kende of heeft behoren te kennen. Beslissend is derhalve of [eiseres] in 2001 aan [verweerder 2] de brieven van RVS van 6 juni 2001 en 8 juni 2001 heeft getoond, dan wel of [verweerder 2] op andere wijze kennis heeft gekregen of had moeten krijgen van de inhoud van deze brieven. (rov. 19-20)
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e8557a01dc5c17d9f447e22b91de2cd4540b741ce6a27c1e014dec1a588fc12d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e8557a01dc5c17d9f447e22b91de2cd4540b741ce6a27c1e014dec1a588fc12d, en de alinea staat in dat document op bytes 17449 tot 18193.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/e8557a01dc5c17d9f447e22b91de2cd4540b741ce6a27c1e014dec1a588fc12d | shasum -a 256