Citaat | Hoge Raad 26 februari 2016
Onder 3.5.2 Hoge Raad 26 februari 2016
Een alinea uit Hoge Raad 26 februari 2016, ECLI:NL:HR:2016:336.
De zorg die van een redelijk bekwame en redelijk handelende assurantietussenpersoon mag worden verwacht, brengt mee dat hij aan de verzekeraar voldoende inlichtingen geeft om deze ervan te weerhouden naderhand een beroep te doen op art. 251 (oud) WvK of, onder het sinds 2006 geldende recht, art. 7:928 BW. Dit brengt mee dat indien de tussenpersoon niet over voldoende gegevens beschikt of niet ervan mag uitgaan dat de gegevens waarover hij beschikt volledig en juist zijn, hij daarnaar bij zijn cliënt (de aspirant-verzekeringnemer) dient te informeren, voor zover die feiten van belang zijn voor de beantwoording van vragen die de verzekeraar met betrekking tot het aangaan van de verzekering heeft gesteld (vgl. HR 11 december 1998, ECLI:NL:HR:1998:ZC2805, NJ 1999/650).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e8557a01dc5c17d9f447e22b91de2cd4540b741ce6a27c1e014dec1a588fc12d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e8557a01dc5c17d9f447e22b91de2cd4540b741ce6a27c1e014dec1a588fc12d, en de alinea staat in dat document op bytes 25506 tot 26296.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/e8557a01dc5c17d9f447e22b91de2cd4540b741ce6a27c1e014dec1a588fc12d | shasum -a 256