Citaat | Hoge Raad 26 februari 2016

Onder 3.2.1 Hoge Raad 26 februari 2016

Een alinea uit Hoge Raad 26 februari 2016, ECLI:NL:HR:2016:340.

De Stichting baseerde haar eerstgenoemde vordering primair erop dat [eiser] in strijd met art. 6.5 van de Algemene Huurvoorwaarden zonder haar schriftelijke toestemming gedeelten van het huis in de periode van mei 2010 tot en met maart 2012 aan derden, in totaal vijf personen, heeft verhuurd. Hij dient het bedrag dat hij aan onderhuur heeft ontvangen, in totaal € 55.000,--, op grond van art. 6.6 van de Algemene Huurvoorwaarden aan haar af te dragen. Subsidiair baseerde de Stichting eerstgenoemde vordering op art. 6:104 BW.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/1a679c6eae8a70bcf699cc739daec27d755ee1cd7311fae259b855ac7452dbff. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 1a679c6eae8a70bcf699cc739daec27d755ee1cd7311fae259b855ac7452dbff, en de alinea staat in dat document op bytes 10957 tot 11501.