Citaat | Hoge Raad 26 februari 2016
Onder 4.7 Hoge Raad 26 februari 2016
Een alinea uit Hoge Raad 26 februari 2016, ECLI:NL:HR:2016:340.
Het hof overweegt hierover het volgende. Voor matiging van een bedongen boete is ingevolge artikel 6:94 lid BW slechts plaats indien de billijkheid dit klaarblijkelijk eist. Van de door deze bepaling aan de rechter gegeven bevoegdheid zal deze met terughoudendheid gebruik moeten maken, namelijk wanneer toepassing van het beding in de gegeven omstandigheden tot een buitensporig en daarom onaanvaardbaar resultaat leidt. Die situatie doet zich hier niet voor. Het hof neemt hierbij in aanmerking dat een onverkorte toepassing van het boetebeding in dit geval zou hebben kunnen leiden tot een vordering van ruim € 80.000,= (€ 125,= per dag over de gehele bewezen periode van 22 maanden). Trudo heeft aldus bij haar beroep op het boetebeding zelf reeds een aanzienlijke matiging toegepast. Voor een verdergaande matiging als door [eiser] bepleit, bieden de door hem aangevoerde omstandigheden, ook indien de juistheid hiervan zou komen vast te staan, onvoldoende grond. Grief 4 wordt daarom verworpen."
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/1a679c6eae8a70bcf699cc739daec27d755ee1cd7311fae259b855ac7452dbff. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 1a679c6eae8a70bcf699cc739daec27d755ee1cd7311fae259b855ac7452dbff, en de alinea staat in dat document op bytes 16072 tot 17090.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/1a679c6eae8a70bcf699cc739daec27d755ee1cd7311fae259b855ac7452dbff | shasum -a 256