Citaat | Hoge Raad 26 februari 2016
Onder 3.4.3 Hoge Raad 26 februari 2016
Een alinea uit Hoge Raad 26 februari 2016, ECLI:NL:HR:2016:340.
Zoals in de laatste zin van de hiervoor in 3.4.1 aangehaalde overweging uit het arrest Heesakkers/Voets staat, betekent de regel dat de appelrechter de grenzen van de rechtsstrijd dient te respecteren, dat hij niet bevoegd of gehouden is tot het onderzoek of een bepaald beding dat op zichzelf onder het toepassingsgebied van de Richtlijn valt, als oneerlijk in de zin van de Richtlijn heeft te gelden, indien tegen de toe- of afwijzing van de desbetreffende vordering in hoger beroep niet is opgekomen. Indien de in eerste aanleg gegeven beslissing over een bepaald onderdeel van de vordering buiten de grenzen van de rechtsstrijd in appel valt, zodat die beslissing kracht van gewijsde heeft verkregen, moet dit door de appelrechter worden gerespecteerd, ook als die beslissing mede berust op een beding dat (mogelijk) oneerlijk is in de zin van de Richtlijn.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/1a679c6eae8a70bcf699cc739daec27d755ee1cd7311fae259b855ac7452dbff. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 1a679c6eae8a70bcf699cc739daec27d755ee1cd7311fae259b855ac7452dbff, en de alinea staat in dat document op bytes 21023 tot 21897.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/1a679c6eae8a70bcf699cc739daec27d755ee1cd7311fae259b855ac7452dbff | shasum -a 256