Citaat | Hoge Raad 15 januari 2016
Onder 2.4. Hoge Raad 15 januari 2016
Een alinea uit Hoge Raad 15 januari 2016, ECLI:NL:HR:2016:35.
Met betrekking tot het in artikel 1, lid 2, van de Wet omschreven belastbare feit wordt krachtens artikel 5, lid 1, van de Wet de bpm geheven van degene op wiens naam het kenteken wordt dan wel is gesteld. Deze moet de belasting op aangifte voldoen (artikel 6, lid 1, van de Wet , gelezen in samenhang met artikel 19, lid 3, van de AWR). Volgens de in 2011 geldende tekst van artikel 7, lid 1, van de Wet is ingeval voor een personenauto of motorrijwiel de aanvraag voor de opgave van een kenteken geschiedt door een ander dan degene op wiens naam het kenteken wordt gesteld, in afwijking van artikel 19, lid 3, van de AWR, die ander gehouden de belasting op aangifte te voldoen namens degene op wiens naam het kenteken wordt gesteld. In dat geval heeft degene op wiens naam het kenteken wordt gesteld, op grond van artikel 26a, lid 1, letter b, van de AWR het recht tegen de voldoening op aangifte bezwaar te maken. Dit recht komt ook toe aan de hiervoor bedoelde ander namens degene op wiens naam het kenteken wordt gesteld (zie voor dit een en ander HR 29 augustus 2000, nr. 35501, ECLI:NL:HR:2000:AA6929, BNB 2000/357, onderdeel 3.3).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/722a2905d657dc2f5e5c5caa3b4bac8a23130769457128edf9bb272c82fef99d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 722a2905d657dc2f5e5c5caa3b4bac8a23130769457128edf9bb272c82fef99d, en de alinea staat in dat document op bytes 7952 tot 9135.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/722a2905d657dc2f5e5c5caa3b4bac8a23130769457128edf9bb272c82fef99d | shasum -a 256