Citaat | Hoge Raad 4 maart 2016
Onder 2.2. Hoge Raad 4 maart 2016
Een alinea uit Hoge Raad 4 maart 2016, ECLI:NL:HR:2016:350.
Voor het Hof was – voor zover in cassatie nog van belang – in geschil (i) op welk tijdstip bij [A] betalingsonmacht is ontstaan, (ii) of de meldingstermijn van artikel 7, lid 2, van het Uitvoeringsbesluit Invorderingswet 1990 (hierna: UBIW) van toepassing is, (iii) of de betalingsonmacht tijdig is gemeld, (iv) of de meldingsplicht is vervallen doordat de Ontvanger op enig tijdstip vóór de datum van de aansprakelijkstelling op de hoogte is geraakt van de betalingsonmacht van [A], (v) of de wettelijke regeling van artikel 36, lid 4, IW in strijd is met artikel 1 van het Eerste Protocol bij het EVRM (hierna: EP) en/of het communautaire evenredigheidsbeginsel, en (vi) of het belopen van de verzuimboeten waarvoor belanghebbende aansprakelijk is gesteld aan hem te wijten is in de zin van artikel 32, lid 2, IW.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2e7f47fef56baa32375bf9f703ddb8e6b5edbeb8d940afa187a646d6550fa9d1. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2e7f47fef56baa32375bf9f703ddb8e6b5edbeb8d940afa187a646d6550fa9d1, en de alinea staat in dat document op bytes 9901 tot 10736.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/2e7f47fef56baa32375bf9f703ddb8e6b5edbeb8d940afa187a646d6550fa9d1 | shasum -a 256