Citaat | Hoge Raad 4 maart 2016
Onder 2.3.4. Hoge Raad 4 maart 2016
Een alinea uit Hoge Raad 4 maart 2016, ECLI:NL:HR:2016:350.
Aangezien in elk geval eind oktober 2009 een situatie van betalingsonmacht is ontstaan bij [A] die onverwijld (uiterlijk 14 november 2009) op de voet van artikel 36, lid 2, IW had moeten worden gemeld, is de door belanghebbende gestelde melding bij brief van 20 december 2009 hoe dan ook te laat geweest, aldus het Hof. Voorts heeft het Hof verworpen het standpunt van belanghebbende dat de aansprakelijkstelling voor de loonheffingenschuld moet vervallen omdat de Ontvanger reeds uit anderen hoofde bekend was met de betalingsonmacht van [A]. Aldus is belanghebbende volgens het Hof terecht op de voet van artikel 36, lid 4, IW aansprakelijk gesteld en wordt hij niet toegelaten tot weerlegging van het vermoeden van kennelijk onbehoorlijk bestuur.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2e7f47fef56baa32375bf9f703ddb8e6b5edbeb8d940afa187a646d6550fa9d1. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2e7f47fef56baa32375bf9f703ddb8e6b5edbeb8d940afa187a646d6550fa9d1, en de alinea staat in dat document op bytes 12481 tot 13244.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/2e7f47fef56baa32375bf9f703ddb8e6b5edbeb8d940afa187a646d6550fa9d1 | shasum -a 256