Citaat | Hoge Raad 4 maart 2016

Onder 2.4.2. Hoge Raad 4 maart 2016

Een alinea uit Hoge Raad 4 maart 2016, ECLI:NL:HR:2016:350.

Bij de beoordeling van het middelonderdeel wordt vooropgesteld dat bij artikel 7 UBIW geen nadere regel is gesteld met betrekking tot het tijdstip waarop de mededeling bedoeld in artikel 36, lid 2, IW moet worden gedaan in een geval waarin de betalingsonmacht pas ontstaat meer dan twee weken na de dag waarop de verschuldigde belasting behoorde te zijn afgedragen ingevolge artikel 19 AWR. Artikel 7, lid 1, UBIW is in een dergelijk geval niet van toepassing aangezien de betalingsonmacht is ontstaan na het tijdstip waarop ingevolge die bepaling de mededeling moet worden gedaan en artikel 7, lid 2, UBIW is in dat geval niet van toepassing aangezien de nageheven loonheffingen niet meer belopen dan die welke overeenkomstig de aangiften zijn of hadden moeten worden afgedragen. Dit brengt mee dat ingevolge artikel 36, lid 2, IW in een dergelijk geval de mededeling van betalingsonmacht onverwijld na het intreden van de betalingsonmacht - in de regel binnen twee weken - moet geschieden. Het middelonderdeel, dat uitgaat van een andere opvatting, faalt derhalve.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2e7f47fef56baa32375bf9f703ddb8e6b5edbeb8d940afa187a646d6550fa9d1. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2e7f47fef56baa32375bf9f703ddb8e6b5edbeb8d940afa187a646d6550fa9d1, en de alinea staat in dat document op bytes 14806 tot 15885.