Citaat | Hoge Raad 4 maart 2016

Onder 2.5.2. Hoge Raad 4 maart 2016

Een alinea uit Hoge Raad 4 maart 2016, ECLI:NL:HR:2016:350.

Dit betoog faalt. Uit ’s Hofs uitspraak of de stukken van het geding blijkt niet dat belanghebbende heeft aangevoerd dat de Belastingdienst door middel van een daarop gerichte uitlating [A] aanleiding heeft gegeven om te menen dat behalve de betaling van de verschuldigde belasting ook de melding van een eventuele betalingsonmacht mocht worden uitgesteld. Aangezien de aanzegging door de Belastingdienst om met de betaling te wachten de onverwijlde melding door belanghebbende van ingetreden betalingsonmacht ter zake van de belopen belastingschuld niet verhinderde en evenmin aan die melding zin ontnam, impliceerde de mededeling van de Belastingdienst ook niet rechtens dat de betalingsonmacht pas behoefde te worden gemeld nadat naheffingsaanslagen zouden zijn opgelegd. Derhalve komt het niet voor rekening van de Belastingdienst dat belanghebbende de betalingsonmacht niet onverwijld na het intreden daarvan heeft gemeld. Middelonderdeel 2 faalt in zoverre.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2e7f47fef56baa32375bf9f703ddb8e6b5edbeb8d940afa187a646d6550fa9d1. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2e7f47fef56baa32375bf9f703ddb8e6b5edbeb8d940afa187a646d6550fa9d1, en de alinea staat in dat document op bytes 16489 tot 17468.