Citaat | Hoge Raad 4 maart 2016

Onder 2.3.2. Hoge Raad 4 maart 2016

Een alinea uit Hoge Raad 4 maart 2016, ECLI:NL:HR:2016:352.

Gelet op het vorenstaande slagen de eerste en de tweede klacht voor zover zij betogen dat de Rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat belanghebbende het verzoek om immateriële schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn had moeten doen voorafgaand aan de in artikel 8:54, lid 1, Awb bedoelde sluiting van het onderzoek, en dat de Rechtbank heeft miskend dat een dergelijk verzoek ook voor het eerst in de verzetprocedure kan worden gedaan.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2e6fc348ba940da2cfa1ed1ea19f384fce20f95cb0b400a0919010a908b7ac85. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2e6fc348ba940da2cfa1ed1ea19f384fce20f95cb0b400a0919010a908b7ac85, en de alinea staat in dat document op bytes 9368 tot 9844.