Citaat | Hoge Raad 4 maart 2016

Onder 2.3.1. Hoge Raad 4 maart 2016

Een alinea uit Hoge Raad 4 maart 2016, ECLI:NL:HR:2016:356.

De middelen richten zich in de eerste plaats tegen het hiervoor in 2.2.1, eerste volzin, vermelde oordeel van het Hof. Omdat het aflossen (de Hoge Raad leest: het opeisen) van een vordering geen economische activiteit in de zin van de Wet vormt en evenmin samenhangt met de onderneming of met de ondernemingsactiviteiten van belanghebbende, heeft belanghebbende de facturen niet in haar hoedanigheid van ondernemer in de zin van de Wet uitgereikt. Artikel 37 van de Wet kan in dat geval geen toepassing vinden, aldus nog steeds de middelen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4255eb701521a30092f091d7bf01b69a279c02ce8676040f3e3127f6b334fb8a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4255eb701521a30092f091d7bf01b69a279c02ce8676040f3e3127f6b334fb8a, en de alinea staat in dat document op bytes 9691 tot 10244.