Citaat | Hoge Raad 4 maart 2016
Onder 2.3.2. Hoge Raad 4 maart 2016
Een alinea uit Hoge Raad 4 maart 2016, ECLI:NL:HR:2016:356.
De middelen falen in zoverre. Op grond van artikel 37 van de Wet, welke bepaling moet worden uitgelegd in het licht van artikel 203 van BTW-richtlijn 2006, is de opsteller van een factuur de daarop vermelde btw verschuldigd, zelfs wanneer een belastbare handeling ontbreekt (zie HvJ 13 maart 2014, FIRIN OOD, C-107/13, ECLI:EU:C:2014:151, V-N 2014/16.21, punt 54, en HvJ 11 april 2013, Rusedespred OOD, C-138/12, ECLI:EU:C:2013:233, V-N 2013/20.15, punt 23, en de aldaar aangehaalde rechtspraak). Buiten redelijke twijfel moet in dit verband onder ‘factuur’ worden verstaan elk bescheid waarin van een ander betaling wordt gevorderd. Wanneer een belastingplichtige met een dergelijke factuur ten onrechte mede of uitsluitend de betaling van een als ‘btw’ aangeduid bedrag opeist van een ander, niet zijnde een particulier-eindgebruiker (vgl. HR 14 december 2007, nr. 37748, ECLI:NL:HR:2007:AI0669, BNB 2008/123), wordt hij dit bedrag op de voet van artikel 37 van de Wet verschuldigd. Anders dan de middelen betogen doet, gelet op de hiervoor vermelde jurisprudentie van het Hof van Justitie van de Europese Unie, aan deze verschuldigdheid niet af dat de gevorderde betaling niet samenhangt met de ondernemingsactiviteiten van de desbetreffende belastingplichtige.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4255eb701521a30092f091d7bf01b69a279c02ce8676040f3e3127f6b334fb8a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4255eb701521a30092f091d7bf01b69a279c02ce8676040f3e3127f6b334fb8a, en de alinea staat in dat document op bytes 10318 tot 11603.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/4255eb701521a30092f091d7bf01b69a279c02ce8676040f3e3127f6b334fb8a | shasum -a 256