Citaat | Hoge Raad 4 maart 2016
Onder 2.4.1. Hoge Raad 4 maart 2016
Een alinea uit Hoge Raad 4 maart 2016, ECLI:NL:HR:2016:356.
De middelen zijn ten slotte gericht tegen het hiervoor in 2.2.2 vermelde oordeel van het Hof. De middelen stellen voorop dat het aan de heffing van omzetbelasting ten grondslag liggende neutraliteitsbeginsel meebrengt dat de belastingdienst niet méér omzetbelasting mag ontvangen dan aan de opsteller van de factuur daarop is betaald. In dit verband verwijzen de middelen naar de punten 22 en 27 van het arrest van het Hof van Justitie van 15 mei 2014, Almos Agrárkülkereskedelmi, C-337/13, ECLI:EU:C:2014:328, V-N 2014/27.21 (hierna: het arrest Almos). De middelen betogen met een beroep op het Unierecht en op het discriminatieverbod dat ook bij heffing van omzetbelasting op de voet van artikel 37 van de Wet in een (buitenwettelijke) mogelijkheid van teruggaaf overeenkomstig die van artikel 29, lid 1, van de Wet moet worden voorzien. De middelen verbinden hieraan kennelijk de gevolgtrekking dat om deze reden de naheffingsaanslag in zoverre moet worden vernietigd.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4255eb701521a30092f091d7bf01b69a279c02ce8676040f3e3127f6b334fb8a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4255eb701521a30092f091d7bf01b69a279c02ce8676040f3e3127f6b334fb8a, en de alinea staat in dat document op bytes 12151 tot 13139.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/4255eb701521a30092f091d7bf01b69a279c02ce8676040f3e3127f6b334fb8a | shasum -a 256