Citaat | Hoge Raad 4 maart 2016

Onder 2.4.2. Hoge Raad 4 maart 2016

Een alinea uit Hoge Raad 4 maart 2016, ECLI:NL:HR:2016:356.

Op grond van artikel 90, lid 1, van BTW-richtlijn 2006, aan welke richtlijnbepaling met artikel 29, lid 1, van de Wet uitvoering is gegeven, wordt de maatstaf van heffing en bijgevolg het door de belastingplichtige verschuldigde btw-bedrag verlaagd wanneer de belastingplichtige de overeengekomen tegenprestatie geheel of gedeeltelijk niet ontvangt. Deze bepaling is naar het oordeel van het Hof van Justitie de uitdrukking van een fundamenteel beginsel van de btw-richtlijn volgens hetwelk de maatstaf van heffing de werkelijk ontvangen tegenprestatie is, met het gevolg dat de belastingdienst uit hoofde van de btw niet méér kan ontvangen dan de belastingplichtige heeft geïnd (zie punt 22 van het arrest Almos, en de aldaar aangehaalde rechtspraak). Naar redelijkerwijs niet voor twijfel vatbaar is, wordt in dit verband met de term 'maatstaf van heffing' bedoeld de maatstaf van heffing als omschreven in titel VII van BTW-richtlijn 2006, en ziet het bepaalde in artikel 90, lid 1, van BTW-richtlijn 2006, gelet op de in dit artikellid vermelde situaties, slechts op gevallen waarin een belaste levering of een belaste dienst is overeengekomen. Hiermee strookt het bepaalde in artikel 29, lid 1, van de Wet dat slechts teruggaaf wordt verleend van de belasting ter zake van leveringen en diensten.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4255eb701521a30092f091d7bf01b69a279c02ce8676040f3e3127f6b334fb8a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4255eb701521a30092f091d7bf01b69a279c02ce8676040f3e3127f6b334fb8a, en de alinea staat in dat document op bytes 13236 tot 14553.