Citaat | Hoge Raad 4 maart 2016
Onder 3.2.2 Hoge Raad 4 maart 2016
Een alinea uit Hoge Raad 4 maart 2016, ECLI:NL:HR:2016:376.
[eiseres] heeft op 22 april 2014 hoger beroep ingesteld tegen het vonnis van 26 maart 2014. Op 9 mei 2014 heeft zij een herstelexploot doen uitbrengen. De zaak is aangebracht op de rol van 20 mei 2014. Op de rol van 27 mei 2014 is de zaak ambtshalve geroyeerd omdat [eiseres] geen gebruik had gemaakt van de geboden gelegenheid om op die datum de dagvaarding en het vonnis in eerste aanleg over te leggen. Nadat [eiseres] dit verzuim op de rol van 17 juni 2014 had hersteld, is de zaak weer op de rol gebracht en is een termijn van zes weken verleend voor memorie van grieven. Bij H5-formulier van 25 juli 2014 heeft [eiseres] verzocht om een uitstel van zes weken. [verweerster] heeft daartegen bezwaar gemaakt, waarna op de rol van 29 juli 2014 verval is verleend van het recht van [eiseres] op het nemen van een memorie van grieven. Bij faxbericht van 30 juli 2014 heeft [eiseres] het hof verzocht haar alsnog uitstel te verlenen en terug te komen van het verleende verval. Bij rolbeslissing van 1 augustus 2014 is het verleende verval gehandhaafd.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ae0be32327f2d5b900a2e1bd36a445a57b34df699235676b65fb991961ee1e62. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ae0be32327f2d5b900a2e1bd36a445a57b34df699235676b65fb991961ee1e62, en de alinea staat in dat document op bytes 7959 tot 9038.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/ae0be32327f2d5b900a2e1bd36a445a57b34df699235676b65fb991961ee1e62 | shasum -a 256