Citaat | Hoge Raad 8 maart 2016

Onder 2.3.2. Hoge Raad 8 maart 2016

Een alinea uit Hoge Raad 8 maart 2016, ECLI:NL:HR:2016:377.

De dader van het in art. 282a Sr omschreven feit is slechts strafbaar indien hij handelt met het oogmerk een ander dan de gijzelaar te dwingen iets te doen of niet te doen. Wanneer de wederrechtelijke vrijheidsberoving strekt tot het dwingen van de gijzelaar zelf en niet van een derde om iets te doen of niet te doen, is geen sprake van gijzeling zoals bedoeld in art. 282a Sr (vgl. HR 23 juni 2015, ECLI:NL:HR:2015:1695, NJ 2015/313). Met "een ander" in art. 282a, eerste lid, Sr wordt echter niet alleen gedoeld op iemand die niet wederrechtelijk van de vrijheid is beroofd (vgl. HR 3 februari 2004, ECLI:NL:HR:2004:AO0609), zodat de omstandigheid dat ook die "ander" van zijn vrijheid is beroofd, niet aan toepassing van art. 282a Sr in de weg staat.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/279614fb4a24e1272a4ed02955fc13cd5b8ca0f87b91928714961523269dbeb7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 279614fb4a24e1272a4ed02955fc13cd5b8ca0f87b91928714961523269dbeb7, en de alinea staat in dat document op bytes 16081 tot 16848.