Citaat | Hoge Raad 15 januari 2016

Onder 2.4.2. Hoge Raad 15 januari 2016

Een alinea uit Hoge Raad 15 januari 2016, ECLI:NL:HR:2016:38.

Ingevolge artikel 14, lid 1, letter a, van de Wva is vereist dat ‘de beroepspraktijkvorming’ wordt gevolgd op de grondslag van een in artikel 7.2.8 van de WEB bedoelde overeenkomst die is gesloten door de in artikel 7.2.9 van de WEB genoemde partijen en mede is ondertekend door het bestuur van het desbetreffende kenniscentrum beroepsopleiding bedrijfsleven. De inhoudingsplichtige moet op grond van artikel 14, lid 6, van de Wva een afschrift van de overeenkomst bij de loonadministratie bewaren. In het geval de inhoudingsplichtige nog niet beschikt over een door alle betrokken partijen getekende overeenkomst, mag op grond van artikel 11d van de Uitvoeringsregeling afdrachtvermindering (tekst 2010 en 2011) voorshands worden volstaan met het bewaren bij de loonadministratie van een verklaring van het Regionaal Opleidingscentrum waaruit blijkt dat de desbetreffende leerling de beroepsbegeleidende, de basisberoepsgerichte of de beroepsopleidende leerweg volgt.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4e09845c09ddf36011202b2579e9e7335db7c5c9bf6ae7d5e62fb63039246836. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4e09845c09ddf36011202b2579e9e7335db7c5c9bf6ae7d5e62fb63039246836, en de alinea staat in dat document op bytes 18491 tot 19476.