Citaat | Hoge Raad 8 maart 2016

Onder 2.2.2. Hoge Raad 8 maart 2016

Een alinea uit Hoge Raad 8 maart 2016, ECLI:NL:HR:2016:382.

Als u mij voorhoudt dat uit het geneeskundig rapport blijkt dat [slachtoffer] meerdere breuken in het gezicht had en dat zijn kaak gebroken was, zeg ik dat [medeverdachte] hem volgens mij in het gezicht heeft geschopt. Hij heeft ook tegen zijn lichaam geschopt en geslagen. Het heeft alles bij elkaar zo'n twee uur geduurd. [medeverdachte] heeft hem niet constant geslagen en geschopt. Af en toe was het wel eens even goed. Dan zat [slachtoffer] weer op zijn stoel en werd er gepraat. Met goed bedoel ik dat er dan niet werd geslagen en geschopt. Ik denk dat [slachtoffer] dan weer op zijn stoel zat, maar ik kan het allemaal niet meer zo goed plaatsen. Ik heb geprobeerd om hem terug op de stoel te krijgen en daar heeft hij ook op gezeten, maar hij werd er telkens weer afgehaald door [medeverdachte] .

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/612971b077f4b813e4e8b43ccf6aba292e8cec0f58bb8f4dd3a5d5891b9ba0da. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 612971b077f4b813e4e8b43ccf6aba292e8cec0f58bb8f4dd3a5d5891b9ba0da, en de alinea staat in dat document op bytes 27029 tot 27846.