Citaat | Hoge Raad 8 maart 2016

Onder 2.4. Hoge Raad 8 maart 2016

Een alinea uit Hoge Raad 8 maart 2016, ECLI:NL:HR:2016:388.

Uit het hiervoor onder 2.2.2 vermelde stuk - aan de herkomst en betrouwbaarheid waarvan in redelijkheid niet behoeft te worden getwijfeld - moet worden afgeleid dat de verdachte ten tijde van de behandeling van zijn strafzaak in hoger beroep in verband met een andere zaak in België was gedetineerd, zodat de beslissing van het Hof om tegen de verdachte verstek te verlenen en het onderzoek ter terechtzitting voort te zetten, achteraf bezien onjuist was. Gelet op het grote belang van de verdachte om bij de behandeling van zijn zaak aanwezig te zijn brengt het vorenoverwogene mee dat de verdachte de mogelijkheid dient te hebben om zijn zaak alsnog in hoger beroep in zijn tegenwoordigheid te doen behandelen. Dit leidt ertoe dat het bestreden arrest moet worden vernietigd en dat de zaak moet worden teruggewezen opdat deze opnieuw wordt berecht en afgedaan.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2ee9925a7d7f409cebe57fb3d27efdadb75d8d05d946f65d48677cfc7b9d0deb. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2ee9925a7d7f409cebe57fb3d27efdadb75d8d05d946f65d48677cfc7b9d0deb, en de alinea staat in dat document op bytes 8653 tot 9529.