Citaat | Hoge Raad 11 maart 2016
Onder 2.5 Hoge Raad 11 maart 2016
Een alinea uit Hoge Raad 11 maart 2016, ECLI:NL:HR:2016:390.
Als de in het ongelijk gestelde partij zal PR Aviation in de proceskosten worden veroordeeld. Ryanair heeft om een kostenveroordeling gevraagd op de voet van art. 1019h Rv. De Hoge Raad ziet hiervoor geen grond. PR Aviation is immers op de grond dat de motivering van het oordeel van het hof dat zij geen wanprestatie heeft gepleegd tegenover Ryanair, geen stand kan houden, als de in cassatie in het ongelijk gestelde partij te beschouwen. Deze in cassatie met succes bestreden grondslag van het oordeel van het hof betreft geen recht van intellectuele eigendom. Dit wordt niet anders door de omstandigheid dat partijen zich over en weer hebben beroepen op argumenten ontleend aan rechten van intellectuele eigendom. De proceskosten in cassatie zullen dus volgens het gebruikelijke liquidatietarief worden begroot.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d30cc388407ddc7739715d5d1ad1dd8b5fa8a557b9ebfc7e47690fe818a75f06. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d30cc388407ddc7739715d5d1ad1dd8b5fa8a557b9ebfc7e47690fe818a75f06, en de alinea staat in dat document op bytes 12213 tot 13041.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/d30cc388407ddc7739715d5d1ad1dd8b5fa8a557b9ebfc7e47690fe818a75f06 | shasum -a 256