Citaat | Hoge Raad 15 januari 2016

Onder 2.7.2. Hoge Raad 15 januari 2016

Een alinea uit Hoge Raad 15 januari 2016, ECLI:NL:HR:2016:40.

Ingeval het antwoord op deze vraag ontkennend luidt en de BV tijdig, dat wil zeggen binnen de in artikel 7, lid 2, UBIW 1990 genoemde termijn, rechtsgeldig een melding van betalingsonmacht heeft gedaan, rust ingevolge artikel 36, lid 3, van de Wet de bewijslast van kennelijk onbehoorlijk bestuur op de Ontvanger. In geval van bevestigende beantwoording van de hiervoor bedoelde vraag of indien laatstbedoelde melding niet tijdig of niet rechtsgeldig is gedaan, dient belanghebbende, gelet op het bepaalde in artikel 36, lid 6, van de Wet, te worden toegelaten tot weerlegging van het in lid 4, eerste volzin, van dat artikel bedoelde vermoeden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ec5608c385e84043fcb714026be7f9a93e36c30185fe998cd70bc699286c9c6f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ec5608c385e84043fcb714026be7f9a93e36c30185fe998cd70bc699286c9c6f, en de alinea staat in dat document op bytes 13539 tot 14199.