Citaat | Hoge Raad 15 maart 2016
Onder 2.6.1. Hoge Raad 15 maart 2016
Een alinea uit Hoge Raad 15 maart 2016, ECLI:NL:HR:2016:407.
Blijkens de onder 2.4 weergegeven overwegingen heeft het Hof geoordeeld dat de verdachte tijdens het in het middel bedoelde verhoor "terecht (...) door de politie als getuige en niet als verdachte [is] aangemerkt", waarmee het Hof tot uitdrukking heeft gebracht dat op het moment dat dit verhoor plaatsvond de verbalisanten in redelijkheid hebben kunnen aannemen dat ten aanzien van de verdachte nog geen redelijk vermoeden van schuld in de zin van art. 27, eerste lid, Sv aanwezig was. Dat oordeel getuigt niet van een onjuiste rechtsopvatting en is niet onbegrijpelijk gelet op hetgeen het Hof heeft vastgesteld omtrent de omstandigheden voorafgaand en tijdens het verhoor.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5c3b6d76156a43e7c2c782102921cf5a4176fcb82bffe6c71c5765782eaa026b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5c3b6d76156a43e7c2c782102921cf5a4176fcb82bffe6c71c5765782eaa026b, en de alinea staat in dat document op bytes 18406 tot 19094.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/5c3b6d76156a43e7c2c782102921cf5a4176fcb82bffe6c71c5765782eaa026b | shasum -a 256