Citaat | Hoge Raad 15 maart 2016
Onder 2.3.2. Hoge Raad 15 maart 2016
Een alinea uit Hoge Raad 15 maart 2016, ECLI:NL:HR:2016:409.
Ik doe aangifte (mede) namens de benadeelde [betrokkene 2]. De auto is eigendom van [betrokkene 2]. Op 16 juni 2012 te 14.00 uur parkeerde ik de auto te Amsterdam. Op 16 juni 2012 te 16.00 uur kwam ik weer terug bij de auto. Ik zag dat het slot van het rechter voorportier geforceerd was. Uit de auto is niets weggenomen. Onze bagage is doorzocht. De auto is een kampeerauto. Al de kastjes in de auto zijn doorzocht. In onze auto heb ik bloed aangetroffen. Ik weet zeker dat dit bloed niet van mij is of van vrienden met wie ik in de kampeerauto verblijf. Onder andere op een plastic tas en een kartonnen doos heb ik bloed aangetroffen. Aan niemand werd het recht of de toestemming gegeven tot het plegen van het feit.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8ae5566b3bea03700cdaef20c29d4f11c03cabb12a6fb0d693ccbb6de47d47fb. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8ae5566b3bea03700cdaef20c29d4f11c03cabb12a6fb0d693ccbb6de47d47fb, en de alinea staat in dat document op bytes 13307 tot 14038.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/8ae5566b3bea03700cdaef20c29d4f11c03cabb12a6fb0d693ccbb6de47d47fb | shasum -a 256