Citaat | Hoge Raad 15 maart 2016
Onder 2.4. Hoge Raad 15 maart 2016
Een alinea uit Hoge Raad 15 maart 2016, ECLI:NL:HR:2016:409.
Het hof verwijst naar het aanvullend proces-verbaal omtrent het woonadres van de verdachte. Uit deze e-mail begrijpt het hof dat de communicatie in de Engelse taal heeft plaatsgevonden en dat zowel de aangever als de opsporingsambtenaren deze taal voldoende machtig zijn. Voorts voert de raadsvrouw het volgende aan. De verdachte kan zich niet herinneren dat hij op plaats delict is geweest. De raadsvrouw stelt dat de aanwezigheid van het DNA op de plaats delict onvoldoende is om betrokkenheid van de verdachte bij het ten laste gelegde feit aan te nemen. Niet kan worden uitgesloten dat het hier om een zwerfspoor kan gaan. De verdachte dient derhalve te worden vrijgesproken van het aan hem ten laste gelegde feit.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8ae5566b3bea03700cdaef20c29d4f11c03cabb12a6fb0d693ccbb6de47d47fb. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8ae5566b3bea03700cdaef20c29d4f11c03cabb12a6fb0d693ccbb6de47d47fb, en de alinea staat in dat document op bytes 20817 tot 21573.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/8ae5566b3bea03700cdaef20c29d4f11c03cabb12a6fb0d693ccbb6de47d47fb | shasum -a 256