Citaat | Hoge Raad 15 januari 2016
Onder 2.2. Hoge Raad 15 januari 2016
Een alinea uit Hoge Raad 15 januari 2016, ECLI:NL:HR:2016:41.
Het Hof heeft vooropgesteld dat met betrekking tot het in artikel 1, lid 2, van de Wet omschreven belastbare feit op grond van de hoofdregel in artikel 5, lid 1, van de Wet de toekomstige kentekenhouder belastingplichtig is. Uit de parlementaire geschiedenis van de Wet heeft het Hof afgeleid dat ingeval de kentekenhouder niet zelf een kenteken aanvraagt maar de importeur dat doet, die importeur ingevolge artikel 7, lid 1, van de Wet namens de toekomstige kentekenhouder en voor diens rekening is gehouden tot voldoening op aangifte van de bpm. Dit brengt mee, aldus het Hof, dat de bpm geacht moet worden door de kentekenhouder te zijn voldaan. Dit een en ander brengt naar het oordeel van het Hof mee dat belanghebbende, die namens de kentekenhouder alleen de aangifte voor de bpm heeft gedaan, niet kan worden aangemerkt als degene door wie de belasting op aangifte is voldaan als bedoeld in de artikelen 26 en 26a van de Algemene wet inzake rijksbelastingen (hierna: de AWR), zodat belanghebbende zonder een daartoe strekkende volmacht van de kentekenhouder niet bevoegd is bezwaar te maken tegen het voldane bedrag aan bpm. Naar het oordeel van het Hof heeft de Inspecteur daarom terecht de bezwaren van belanghebbende niet-ontvankelijk verklaard.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/523dd565d19992bcdef3fef2a107ec804b2f11675f58be6f153b123daabaa7e3. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 523dd565d19992bcdef3fef2a107ec804b2f11675f58be6f153b123daabaa7e3, en de alinea staat in dat document op bytes 7731 tot 8999.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/523dd565d19992bcdef3fef2a107ec804b2f11675f58be6f153b123daabaa7e3 | shasum -a 256