Citaat | Hoge Raad 15 januari 2016

Onder 2.4. Hoge Raad 15 januari 2016

Een alinea uit Hoge Raad 15 januari 2016, ECLI:NL:HR:2016:41.

Uitgaande van hetgeen artikel 7, lid 1, van de Wet bepaalt, te weten dat de aldaar bedoelde ‘ander’ van rechtswege handelt namens degene op wiens naam het kenteken wordt gesteld, behoeft die ander niet daarenboven te beschikken over een door degene op wiens naam het kenteken wordt gesteld gegeven volmacht om bezwaar te maken. Dit is niet anders wanneer de bpm feitelijk is betaald door degene op wiens naam het kenteken wordt gesteld. Het oordeel van het Hof dat belanghebbende zonder een daartoe strekkende volmacht van de kentekenhouder niet bevoegd is bezwaar te maken tegen het voldane bedrag aan bpm, getuigt daarom van een onjuiste rechtsopvatting. Middel III slaagt.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/523dd565d19992bcdef3fef2a107ec804b2f11675f58be6f153b123daabaa7e3. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 523dd565d19992bcdef3fef2a107ec804b2f11675f58be6f153b123daabaa7e3, en de alinea staat in dat document op bytes 10560 tot 11252.