Citaat | Hoge Raad 18 maart 2016
Onder 2.4.3. Hoge Raad 18 maart 2016
Een alinea uit Hoge Raad 18 maart 2016, ECLI:NL:HR:2016:421.
In het licht van de hiervoor bedoelde overwegingen staat het bepaalde in artikel 10, lid 7, derde volzin, van de Wet evenwel niet eraan in de weg om bij het aanwenden van rechtsmiddelen te kiezen voor een andere in of bij de Wet voorziene methode ter bepaling van de afschrijving dan waarvan bij de aangifte is uitgegaan, dan wel een beroep te doen op gegevens die bij de aangifte niet zijn gebruikt voor de berekening van de bpm, mits voor het vaststellen van de juistheid ervan geen (tweede) controle van het voertuig nodig is zodat een vergelijking van de aangedragen gegevens en de bij de aangifte gebruikte gegevens volstaat om vast te stellen of het bij de aangifte gebezigde afschrijvingspercentage te laag is geweest. Aldus uitgelegd gaat het bepaalde in artikel 10, lid 7, derde volzin, van de Wet niet verder dan de wetgever voor de hiervoor in 2.4.2 omschreven doelen redelijkerwijs noodzakelijk kon achten. Daarmee is – naar redelijkerwijs niet voor twijfel vatbaar is - het bepaalde in artikel 10, lid 7, derde volzin, van de Wet niet in strijd met het recht van de Unie, in het bijzonder het doeltreffendheidsbeginsel.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fca01d1d79bb93ca3215c901ae1dd4c0ccfae98ccb6687e19c58e99f269abe2b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fca01d1d79bb93ca3215c901ae1dd4c0ccfae98ccb6687e19c58e99f269abe2b, en de alinea staat in dat document op bytes 18452 tot 19599.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/fca01d1d79bb93ca3215c901ae1dd4c0ccfae98ccb6687e19c58e99f269abe2b | shasum -a 256