Citaat | Hoge Raad 18 maart 2016

Onder 2.4.2. Hoge Raad 18 maart 2016

Een alinea uit Hoge Raad 18 maart 2016, ECLI:NL:HR:2016:422.

Met het oog daarop voorziet artikel 10 van de Wet in voorschriften (zie hiervoor in 2.4.1) die waarborgen dat de waardebepaling van een gebruikt motorrijtuig op een verantwoorde wijze plaatsvindt bij gelegenheid van het doen van de aangifte bpm in het kader waarvan het desbetreffende motorrijtuig beschikbaar moet worden gehouden voor controle door de inspecteur met het oog op een juiste vaststelling van de gegevens die van belang zijn voor het vaststellen van het afschrijvingspercentage. De hiervoor in 2.4.1 beschreven wettelijke bepalingen stellen aldus de belastingplichtige in staat voor gebruikte personenauto’s, gebruikte motorrijwielen of gebruikte bestelauto’s aan de hand van alle door hem relevant geachte gegevens de in artikel 10, lid 1, van de Wet bedoelde vermindering te berekenen op een wijze die waarborgt dat in alle gevallen – in overeenstemming met artikel 110 VWEU - de verschuldigde bpm niet meer bedraagt dan de bpm die nog rust op de zogenoemde referentieauto.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f9411ae2d7a315bd482282b71d01d2d5c9d44e26bf91a560bfd584e41ca79446. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f9411ae2d7a315bd482282b71d01d2d5c9d44e26bf91a560bfd584e41ca79446, en de alinea staat in dat document op bytes 16083 tot 17092.