Citaat | Hoge Raad 18 maart 2016

Onder 3.3.2. Hoge Raad 18 maart 2016

Een alinea uit Hoge Raad 18 maart 2016, ECLI:NL:HR:2016:433.

De omstandigheid dat door de feitenrechter, ook indien deze in hoger beroep oordeelt, een prejudiciële beslissing van het Hof van Justitie is gevraagd en verkregen, leidt op zichzelf niet tot een uitsluiting of beperking van de mogelijkheid om in de desbetreffende instantie daarna nog nieuwe stellingen of nieuwe grieven aan te voeren (zie HR 18 december 2009, nr. 08/01499, ECLI:NL:HR:2009:BK6885, BNB 2010/71). Dit geldt evenzeer als het gaat om stellingen of grieven die neerkomen op in wezen zogenoemde interne compensatie (vgl. HR 24 januari 2003, nr. 36247, ECLI:NL:HR:2003:AD9713, BNB 2003/172). De omstandigheid dat partijen in kennis zijn gesteld van het voornemen van de feitenrechter om een prejudiciële beslissing van het Hof van Justitie te vragen en in de gelegenheid zijn gesteld daarop te reageren, doet aan het vorenstaande niet af, ook niet wanneer gegrond verklaren van de nieuwe stelling of grief zou betekenen dat het stellen van de prejudiciële vraag achteraf bezien niet nodig was. Nieuwe stellingen of nieuwe grieven die door (een van de) procespartijen worden aangevoerd in reactie op een in het geding verkregen arrest van het Hof van Justitie, moeten derhalve worden toegelaten, tenzij zich omstandigheden voordoen die maken dat een goede procesorde zich daartegen verzet.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/325bdc30097573304d98d2dcc8c39b16a92ce7fa67487b2dcb4ee6d7451dfb62. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 325bdc30097573304d98d2dcc8c39b16a92ce7fa67487b2dcb4ee6d7451dfb62, en de alinea staat in dat document op bytes 17730 tot 19047.