Citaat | Hoge Raad 18 maart 2016

Onder 3.3.4. Hoge Raad 18 maart 2016

Een alinea uit Hoge Raad 18 maart 2016, ECLI:NL:HR:2016:433.

Middel II faalt echter voor zover het de door de Inspecteur meer subsidiaire stelling betreft. Aan de stelling dat indien belanghebbende recht op aftrek heeft, de naheffingsaanslagen niettemin in stand moeten blijven aangezien belanghebbende de nageheven omzetbelasting is verschuldigd ter zake van het verrichten van belaste prestaties jegens Stichting Pensioenfonds, heeft de Inspecteur feiten ten grondslag gelegd die het Hof niet eerder bij de behandeling van de geschilpunten in deze zaak in aanmerking heeft hoeven nemen. De Inspecteur heeft deze stelling in dit opzicht ook niet nader uitgewerkt. Behandeling van die stelling zou een aanvullend onderzoek van het Hof hebben gevergd naar de daaraan ten grondslag liggende feiten, waaronder de uitlegging van de - niet tot de gedingstukken behorende - pensioenverzekeringsovereenkomst die belanghebbende heeft gesloten met Stichting Pensioenfonds. Gelet op dit een en ander is niet onbegrijpelijk het oordeel van het Hof dat het in de stand van het geding bij de afweging van het belang van de Inspecteur bij behandeling van deze stelling tegenover het belang van een doelmatige en doelgerichte voortgang van de procedure, niet in overeenstemming is met een goede procesorde die stelling alsnog nader in zijn beoordeling te betrekken.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/325bdc30097573304d98d2dcc8c39b16a92ce7fa67487b2dcb4ee6d7451dfb62. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 325bdc30097573304d98d2dcc8c39b16a92ce7fa67487b2dcb4ee6d7451dfb62, en de alinea staat in dat document op bytes 20211 tot 21513.