Citaat | Hoge Raad 22 maart 2016
Onder 2.3. Hoge Raad 22 maart 2016
Een alinea uit Hoge Raad 22 maart 2016, ECLI:NL:HR:2016:456.
Voorts volgt uit het vereiste dat de gedraging het onmiddellijk gevolg moet zijn van een hevige gemoedsbeweging die is veroorzaakt door een wederrechtelijke aanranding, dat aannemelijk moet zijn dat de aldus veroorzaakte gemoedsbeweging van doorslaggevend belang is geweest voor de gedraging, maar niet dat geheel uitgesloten is dat andere factoren mede hebben bijgedragen aan het ontstaan van die hevige gemoedsbeweging. Bij de beantwoording van de vraag of in een concreet geval van een dergelijk "onmiddellijk gevolg" sprake is geweest, kan gewicht toekomen aan de mate waarin de grenzen van de noodzakelijke verdediging zijn overschreden alsmede aan de aard en de intensiteit van de hevige gemoedsbeweging (vgl. HR 27 mei 2008, ECLI:NL:HR:2008:BC6794).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ebeac12661752b76c2a8c6a0b4737690a983e69316bdf99bf41994f64167b94c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ebeac12661752b76c2a8c6a0b4737690a983e69316bdf99bf41994f64167b94c, en de alinea staat in dat document op bytes 16711 tot 17480.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/ebeac12661752b76c2a8c6a0b4737690a983e69316bdf99bf41994f64167b94c | shasum -a 256