Citaat | Hoge Raad 22 maart 2016

Onder 3.7.2. Hoge Raad 22 maart 2016

Een alinea uit Hoge Raad 22 maart 2016, ECLI:NL:HR:2016:456.

Indien door of namens de verdachte een beroep is gedaan op zogenoemde putatieve noodweer, zal de rechter moeten onderzoeken of sprake was van verontschuldigbare dwaling aan de kant van de verdachte, bijvoorbeeld omdat hij niet alleen kon, maar redelijkerwijs ook mocht menen dat hij zich moest verdedigen op de wijze als hij heeft gedaan omdat hij verontschuldigbaar zich het dreigende gevaar heeft ingebeeld dan wel de aard van de dreiging verkeerd heeft beoordeeld.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ebeac12661752b76c2a8c6a0b4737690a983e69316bdf99bf41994f64167b94c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ebeac12661752b76c2a8c6a0b4737690a983e69316bdf99bf41994f64167b94c, en de alinea staat in dat document op bytes 35705 tot 36186.