Citaat | Hoge Raad 22 maart 2016

Onder 2.76. Hoge Raad 22 maart 2016

Een alinea uit Hoge Raad 22 maart 2016, ECLI:NL:HR:2016:464.

Bij de beoordeling van de afwijzing van een verzoek tot het oproepen van getuigen gaat het uiteindelijk om de vraag of de beslissing begrijpelijk is in het licht van - als waren het communicerende vaten - enerzijds hetgeen aan het verzoek ten grondslag is gelegd en anderzijds de gronden waarop het is afgewezen. Bij de beoordeling van de begrijpelijkheid van de beslissing kan ook het procesverloop van belang zijn, zoals (...) het stadium waarin het verzoek is gedaan, in die zin dat het verzoek eerder had kunnen en redelijkerwijs ook had moeten worden gedaan (...)"

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/dc722c9eada9e63bca8e7161cdafd59bcc6795d1ea44c3e1b8d455515c5cfc33. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt dc722c9eada9e63bca8e7161cdafd59bcc6795d1ea44c3e1b8d455515c5cfc33, en de alinea staat in dat document op bytes 14154 tot 14736.