Citaat | Hoge Raad 22 maart 2016

Onder 4.4. Hoge Raad 22 maart 2016

Een alinea uit Hoge Raad 22 maart 2016, ECLI:NL:HR:2016:465.

(iv) dat niet is aangevoerd dat het resultaat van het horen van de aangeefster en [betrokkene 3] door de Raadsheer-Commissaris en het onder (ii) genoemde aanvullend proces-verbaal van de Politie Gelderland-Midden "de kwestie van een mogelijk door aangeefster in het verleden gedane valse aangifte" onvoldoende zouden hebben opgehelderd, terwijl evenmin is aangevoerd in welk opzicht het horen van [getuige 1] op dit punt van belang is voor de waardering van de ter terechtzitting afgelegde verklaringen van de verdachte - kort gezegd - inhoudende dat hij geslachtsgemeenschap met de aangeefster heeft gehad en dat de aangeefster dronken was, valt zonder nadere toelichting, die in de schriftuur niet is gegeven, niet in te zien welk rechtens te respecteren belang de verdachte heeft bij de klacht dat het Hof niet uitdrukkelijk heeft beslist omtrent het ter terechtzitting van 2 september 2014 herhaalde verzoek tot het horen van [getuige 1] als getuige.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/abb23d1239d47e8c5b99b169a6328d5f55df1f0a8bb33aa08cc4c187cb0689d4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt abb23d1239d47e8c5b99b169a6328d5f55df1f0a8bb33aa08cc4c187cb0689d4, en de alinea staat in dat document op bytes 55567 tot 56534.